Happines is ……. receiving what you ordered online

Online shoppen 3.png

Ik was nooit zo van het online kopen. Ja af en toe bij bol.com een boek of dvd, maar dan ook alleen bij bol.com, omdat ik dat een betrouwbare online shop vind. Misschien ben ik nog een beetje van de oude stempel, maar ik ga liever naar de winkel om een mooi meubel uit te zoeken of een wasmachine en zelfs kleren, want dan kun je die tenminste passen. Eén keer heb ik kleren besteld bij een online shop en ze waren allemaal slecht van kwaliteit. Er zat maar één blouse bij die ik even heb gedragen. De rest is in de loop van de tijd, ongedragen de kledingbak ingegaan. Dat doe ik dus ook nooit meer.

Maar tijden veranderen en ook Xenia verandert mee. Mijn vrolijk shoppende persoontje is veranderd in een pfff-ik-moet-de-stad-weer-in-klaagtante. Ja echt, ik heb een hekel aan shoppen gekregen en dat komt eigenlijk, omdat ik niet meer zo mobiel ben als vroeger. Daarbij kan ik niet meer zo goed tegen grote drukte. Als ik naar de winkel ga, dan moet ik een strak plan hebben en zodra de buit binnen is gauw weer terug naar huis… Of naar een terras… Of een restaurantje, want dát vind ik wel leuk! Gezellig zitten en genieten van het lekkers dat aan je tafeltje wordt gebracht. Heerlijk comfortabel achteruit leunend naar mensen kijken! Wat zijn er veel verschillende schoenen, kledingstijlen, loopjes en gedrag. En dat alles nippend aan een glas koude witte wijn met een bitterbal of stukje kaas. Ik kijk graag naar shoppende dames, wijzend naar iedere etalage, terwijl de man naast of zelfs een stap achter hen aan sjokt, bepakt met tassen en ander pakjes. Manlief staat voor diezelfde etalage bedenkelijk te knikken. Zelf vind ik het niet leuk om met mijn man te shoppen. Tenminste als ik kleren, schoenen of boeken wil kopen. Dan is mijn echtgenoot net zo’n bedenkelijk kijkende man waar ik bij anderen zo om moet lachen. Ik voel me schuldig, omdat hij steeds geduldig staat te wachten. Hierdoor word ik ongeduldig en vergaat mijn zin om verder te winkelen. En trouwens, naast het dragen van de tassen heb ik niet veel aan hem. ‘Ja echt, dat is mooi hoor,’ terwijl hij de andere kant op kijkt. Halloho! Mooi, is deze kant opkijken!

Nu wij in het centrum wonen is winkelen een stuk makkelijker geworden. Ik hoef geen eind meer te rijden en een parkeergarage te zoeken. Het liefst zo dicht mogelijk bij de stad, wat vaak niet eens lukte, omdat die altijd als eerste vol zijn. Het is heerlijk om alle winkels bij de hand te hebben, maar dat wil niet zeggen dat ik iedere dag de stad in ga hoor. Vooral de zaterdag en zondag blijf ik het liefst thuis. Echter op maandag- en woensdagmiddag kun je heerlijk rustig winkelen en laat ik nou lekker op woensdag vrij zijn!

In maart van dit jaar begon ineens de coronaperiode. Ik moest nog een nieuwe wasdroger hebben, maar ondanks dat we schuin boven de Mediamarkt wonen hadden we nog steeds niet de tijd genomen om naar een droger te kijken. Met dat vervelende rondzwervende virus wilden we al helemaal niet meer gaan, bang om besmet te raken en dus pakte ik mijn laptop en begon wasdrogers te vergelijken. Toen ik er één gevonden had die oké leek ging het apparaat met één “klik” het winkelmandje in. De volgende dag werd de nieuwe droger keurig geleverd, zelfs op de wasmachine gezet en aangesloten. De oude werd meegenomen. Makkelijk, snel en een uitstekende service! Een week later hadden we een kleinere koelkast nodig. Je raad het al. “Klik”

Inmiddels heb ik de afgelopen tien coronaweken meer online gekocht dan dat ik gewoonlijk in een jaar in de winkel koop. Naast verschillende dvd boxen van series uit de oude doos heb ik de helft van mijn inrichting online gekocht. Een droger, een koelkast, vloerkleden, lampen, vazen, beeldjes, een etagère, huishoudelijke hulpjes voor in de keuken (onnodig maar af en toe best handig) sierkussens, vloerbedekking voor op het terras (wordt binnenkort gelegd), aircoolers, een fietsmandje, een vliegengordijn en zelfs schoenen!! Hoewel ik dáár zeker spijt van zal krijgen, maar ze zagen er zo leuk uit op de foto. Gewoon teveel om op te noemen. Ik begin er zelfs plezier in te krijgen wanneer ik mijn laptop opensla met een aankoop als doel. Ik vergelijk de spullen, lees eventuele recenties, ik google of het bedrijf te vertrouwen is en check de ervaringen van anderen. Tot nu toe is het altijd nog goed gegaan. Behalve die ene keer met die kleren heb ik nog geen miskoop gedaan.

Toch ga ik naar bepaalde winkels liever zelf, zoals kledingwinkels, meubelzaken, Rituals en natuurlijk de supermarkten en drogisterijen. Van de week had ik een dagje voor mezelf en aangezien ik heel erg aan een nieuwe zomergarderobe toe was heb ik mijn loopschoenen aangetrokken, boodschappenkarretje mee en ben op stap gegaan. De bedoeling was om heel even wat te neuzen tussen de kleren van mijn vaste kledingzaken en daarna boodschappen te doen bij Appie. Twee vliegen in één klap! Uiteindelijk ben ik geslaagd in alle kledingzaken waar ik binnen ben geweest. Mijn boodschappenkarretje zat vol met kledingtassen en dus was er geen plaats meer voor eten. Helemaal uitgeput kwam ik thuis en appte Michel of hij de boodschappen wilde halen. ‘Sorry, geen boodschappen gekocht, maar wel heel veel kleren’. In gedachten zag ik de schrik op zijn gezicht, maar wijs als hij is heeft hij geen antwoord gegeven op dat laatste stukje zin. ‘Is goed, ik doe de boodschappen wel.’

Waarom ik nog geen boodschappen online bestel? Nou, wel geprobeerd hoor, toen wij in corona-quarantaine zaten. Helaas waren alle online boodschappen sites zo overbelast dat er geen plek meer was. Ik zou bericht krijgen wanneer ik aan de beurt was. Nu zijn we meer dan tien weken verder en ik heb nog steeds geen bericht ontvangen. Ach, een boodschapje is eigenlijk zo gehaald. Vooral nu ik een boodschappentas op wieltjes heb is het voor mij een stuk makkelijker. Oma-like oké, maar wel makkelijk en daar gaat het  toch om. Onszelf het leven wat makkelijker maken! En daar hoort nu ook online shopping bij! “Klik”

 

Mijn stadse wondertjes en iets over geluk!

geluk 4

Al weken, wat zeg ik, al maanden (time flies) ben ik inspiratieloos. Hoewel, niet zozeer  inspiratieloos, dan wel schrijf-moe. Pas geleden hoorde ik iemand op de televisie zeggen: ‘iedereen is op dezelfde manier gelukkig, maar ongelukkig zijn is voor iedereen anders.’ Het was een schrijver die dit zei, en hij zei hiermee dat schrijven over geluk niet aantrekkelijk is, want wie wil er nou lezen over iemand die gelukkig is, terwijl je zelf bijna ondergaat in het ongeluk? Je wordt er alleen nog depressiever van. ‘Waarom zij wel en ik niet’!! Het is veel interessanter om te lezen over iemand die ongelukkig is, zodat je in ieder geval weet dat een ander het nog slechter heeft dan jij, wat weer maakt dat jij je minder ellendig voelt. En soms is het zelfs fijn om te lezen dat iemand dezelfde ellende als jij doormaakt. Je bouwt dan een soort van ‘gedeelde smart is halve smart’ op.

Hoe dan ook, ik had ideeën zat, maar nam het afgelopen half jaar niet de moeite om het op papier te zetten. De verhuizing naar Dordrecht was natuurlijk een hele onderneming en daar ben ik erg moe van geweest. We hadden een wat financiële malaise gedurende die maanden, omdat we dubbele lasten hadden en daardoor een stapje terug moesten doen in ons luxe leventje. Niet dat dat erg was hoor, wij zijn wel wat gewend, maar zin om erover te schrijven… Nee, dat had ik niet. Toen eind januari het huis verkocht was, waren ineens alle financiële problemen opgelost. We wonen sindsdien in een heerlijk appartement in het centrum van de stad met zoveel nieuwe indrukken. Geen tijd om te schrijven, maar wel voor het plannen van andere leuke dingen. Uit eten gaan in smaakvol ingerichte restaurants. Het boeken van vakantie(s). Plaatsen reserveren voor exclusieve voorstellingen. Het uitzoeken en kopen van nieuwe meubels en andere decoratie voor het interieur. En natuurlijk de voorbereiding van onze house warming party! Al bij al best druk dus, met daarnaast nog het werk en huishouden, hoewel dat laatste net als de woning behoorlijk gekrompen is 😊

En ineens werd, net als de rest van de wereld, Nederland getroffen door ‘het virus’. Het leven van iedereen staat tot vandaag de dag nog volledig op z’n kop. Er wordt over niets anders meer gesproken, geschreven en zelfs gezongen. Moet ik nou ook over ‘corona’ gaan schrijven? Over hoe het ons gezin getroffen en beïnvloed heeft? Terwijl zoveel andere mensen honderdduizend keer harder getroffen zijn? Nee, daar zit niemand op te wachten. Dus schreef ik niets. Schrijf-moe, inspiratie-moe, corona-moe, 2020-moe!

Tot ik vanochtend op mijn terras zat met een kop geurende koffie en een wit bolletje met kaas. Ik rilde even want het was nog niet echt heel warm, maar lekker genoeg om even te genieten van de buitenlucht. Het was rustig op straat. De bus stopte bij de halte aan de overkant, er stapte één persoon in, niemand stapte uit. Zaterdagochtend half negen. Er is geen markt, veel winkels zijn dicht, horeca is gesloten en je mag niet voor de gezelligheid samen wandelen of bij elkaar komen. Wat moet je dan in het centrum doen? Ik keek naar de balkons schuin aan de overkant van de boulevard, maar er zat nog niemand buiten.

En ineens was het er!

Kwam dat nou door het nestje wat ik tussen het riet in het water zag? En ja, er bewoog zelfs een wit vlekje. Zo schattig, een meerkoetje, druk bezig met het verzorgen van haar nest. Ik keek naar het licht golvende water met een zacht zilveren gloed veroorzaakt door magere zonnestraaltjes. Als de zon fel schijnt heb je een zonnebril nodig om naar het water te kijken. Matisse, mijn jongste zoon zei laatst, ‘kijk eens mam, dit vind ik het mooiste van ons uitzicht. Het golvende water met de zon erop’ en ja, hij heeft gelijk. Het is zo rustgevend en letterlijk schitterend.

Of kwam het omdat het me ineens opviel dat alles groen was. Ik had wel gezien dat er al knoppen aan de bomen zaten, maar het leek of alle knoppen vannacht in één keer uitgekomen waren. Alle bomen die ik zag waren groen. Lichtgroen, donkergroen, bruingroen, en hier en daar het bruinrode gebladerte van een rode beukenboom of esdoorn.

Ik ging staan en leunde tegen het glas van ons terras. Beneden op straat zag ik ineens verschillende liefdevolle hondenbezitters wandelen met hun hond. Ik zie ze bijna elke dag, maar vanochtend leek het anders. Een mevrouw in een scootmobiel met haar Franse bully aan de lijn. Ze is zo geduldig met haar hondje. Terwijl het beestje aan elk grassprietje tot aan het water ruikt, blijft zij wachten tot het klaar is om verder te lopen. Even verderop loopt een echtpaar met hun twee hondjes.  De viervoetertjes zijn vandaag helemaal ‘naakt’. De afgelopen koude weken hadden ze allebei een rood jasje aan. Een man met een Staffordshire steekt de straat over om over de middelste grasstrook te wandelen. Plotseling gaat de hond liggen. Hij lijkt wel moe! De man loopt naar het beestje en helpt het opstaan terwijl hij zachtjes tegen de hond praat. De oude hond staat op en loopt langzaam sjokkend achter de man aan. Ach, dat plaatje komt me bekend voor.

Soms mis ik ‘mijn’ tuinvogeltjes, die altijd tussen de takken en struiken door vlogen alsof ze tikkertje speelden. Of wanneer ze in de vijver aan het badderen waren. De leukste tijden waren de kersen- en druiventijd, wanneer ze elkaar luidruchtig wegjoegen om de lekkerste vrucht voor zichzelf te houden. Vanaf mijn terras zie ik eigenlijk alleen maar grotere vogels zoals eksters, kraaien en vooral meeuwen. Maar vanochtend viel me op dat er wel drie of vier verschillende meeuwsoorten rondvliegen. Ik kan ze van bovenaf bekijken en zie dat ze allemaal anders ‘getekend’ zijn. Er zijn compleet witte meeuwen. Deze zijn groot. Dan zijn er van ongeveer hetzelfde formaat met donkergrijze vleugels, wit omrand en met een grijze rug. Er vliegt een klein formaat meeuw voorbij, met lichtgrijze vleugels en een dun wit randje, een witte staart en een zwarte vlek op z’n kop. En als laatste zie ik een kleine meeuw helemaal wit, met hier en daar grijzige plukjes en een zwarte kop.

Terwijl ik rondkijk herinner ik me dat ik gisteren een reiger voorbij zag vliegen en eerder van de week een onhandige duif, die probeerde te landen op onze glazen balustrade. Hij vloog net weg voordat ik een foto kon maken. Als ik weer naar beneden kijk zie ik in het gras een moeder eend met wel acht kleintjes! Zo schattig. Ze waggelen op hun korte pootjes door het hoge gras en moeder jaagt geërgerd een ekster weg die een beetje te dicht bij is geland. De ekster vliegt weg. De moeder sluit de rij en loopt trots achter haar kroost aan.

Daar is het weer. Mijn inspiratie. Mijn geluksmomentjes. Mijn alledaagse wondertjes, die ik zomaar vanaf mijn terras midden in de stad zie. Corona of geen corona, geluk of ongeluk, blijheid of depressie, het leven gaat gewoon door. Iedere dag opnieuw.

Is iedereen nu echt op dezelfde manier gelukkig? Ik vraag het me af. Geluk is wat je zelf voelt en ik weet zeker dat iedereen de dingen op een andere manier ziet en voelt. Net als het ongelukkig zijn. En misschien is soms het gevoel wel gelijk, maar er is één groot verschil; Gedeelde smart, is halve smart, maar gedeeld geluk is dubbel geluk, en wat is er nou mooier dan dat? Dus waarom zouden we niet schrijven over geluk?

 

House for sale

houseforsale3 (2)

Ik loop door het lege huis. Mijn voetstappen klinken hol op de parketvloer. Iedere stap weerkaatst een echo. Ineens hoor ik duizenden…tienduizenden echo’s van voetstappen, die de afgelopen 18 jaar op deze vloer hebben gelopen. Kleine kinderstapjes, grote mannenslippers stappen, hoge hakkenstappen en zelfs de zachte blotevoetenstappen galmen in mijn hoofd. Dan hoor ik het getik van de pootjes van ons hondenkind. Ze had een vreselijke hekel aan nagels knippen. Bij elke echo zie ik een gezicht, memoreer ik een herinnering en voel ik een gemis.

Midden in de kamer blijf ik staan en kijk naar de leegte om me heen. Hier en daar staat nog een doos, een kruk en ohh, de planten moeten nog meegenomen worden. Een rilling loopt over mijn rug. In deze huiskamer is zoveel gebeurd. De drukke verjaardagen, kinderfeestjes, familiereünies, huisconcerten, met overal visite tot in de keuken aan toe. De tafel vol eten, waar ik dagenlang voor kookte en wat binnen een uur weggegeten was. Sinterklaas, Kerst, Pasen. Geen aanleiding werd overgeslagen om iets gezelligs te organiseren. Maar ook de intieme etentjes en borrels met vrienden en buren waren gezellig. Vaak eindigde zo’n avondje met gitaarmuziek en zang.

In deze kamer lagen wij vroeger op vrijdag- en/of zaterdagavond met de kinderen op de grond op matrasjes en op de bank naar gehuurde video’s of dvd’s te kijken. Altijd met lekkere hapjes op tafel en gezellige kaarsjes aan. Vaak vielen Michel en ik in slaap, terwijl de kids tot midden in de nacht de film afkeken. We lagen er op de bank als we ziek waren. Dat was veel gezelliger dan alleen boven in de slaapkamer. Ik zie nog de 10 meter lange ‘walk of the dinosaurs’ in de kamer, die Matisse met alle geduld van de wereld neerzette. Hij was dan ook nooit pleezed als hij ze allemaal weer moest opruimen. En als Vincent de kamer ombouwde tot podium, mochten wij van zijn optredens genieten. We dachten echt dat hij de nieuwe André van Duin zou worden. In deze kamer hebben we serieuze gesprekken met onze kinderen gevoerd, en ze zijn opgegroeid tot stabiele volwassen mannen.

Ik neurie het nummer van Lucifer als ik naar boven loop. De trap kraakt een beetje.  Mijn gedachten vliegen een seconde naar onze nieuwe woning. Heerlijk! Geen trap meer. In de slaapkamers staan nog spullen die uitgezocht moeten worden. Op zolder staan nog wat dozen die volgens mij gewoon weg kunnen. Ik heb niet zoveel zin meer om het uit te zoeken. Er is toch geen plek meer in ons appartement. We hebben al zoveel weg gedaan en weg gegeven.

Al maanden lang pak ik dozen in. Elk stuk wat in een doos verdwijnt streel ik even. ‘jij mag mee’ fluister ik, ‘jij krijgt een plekje in de nieuwe woning’. De breekbare dingen pak ik voorzichtig in, en als ik de doos dichtvouw schrijf ik er met koeienletters ‘ZEER BREEKBAAR’ op. Je weet nooit met mijn mannen. Harde werkers, sjouwers, bouwers, schouders, maar beter een extra aanwijzing dan een gebroken beeld of kopje.

Een paar weken geleden had Michel een zoveelste vracht dozen van zolder gehaald. Er stond een kleine doos tussen, die ik nieuwsgierig open maakte. Mijn trouwjurk. Mijn mooie roze trouwjurk. Ik haalde haar uit de doos en kreeg een brok in mijn keel. Ik was achttien toen ik de eerste keer trouwde. Mijn moeder had deze jurk gemaakt. Een schitterende jurk vol verdriet. Een jurk zonder mooie herinneringen. Zelfs niet op die ene speciale dag die de mooiste van je leven hoort te zijn. Al veertig jaar zat de jurk in deze doos. Waarom had ik haar nog? Geen idee. Misschien om dat stukje romantiek te bewaren, waar ik in geloofde toen ik nog een meisje van achttien was? Hoe naïef. Ik hield de jurk voor me. Slikte mijn droge tranen weg en deed haar terug in de doos. ‘Hier, deze kan ook weg’…

Inmiddels zijn de meeste dozen weer uitgepakt en heeft elk stuk een nieuwe plek gekregen. Al mijn boeken staan op de plank en mijn schrijfhoek is ingericht. Matisse kan weer gamen en werken. Michel kan weer muziek maken en ik kan weer schrijven. We hebben alle drie ons plekje gevonden. Vincent is blij dat we nu zo dicht bij hem wonen. Hij verblijdt ons bijna dagelijks met een bezoekje. Meestal rond etenstijd..

Lief en leed hebben wij gedeeld in dat prachtige huis, met die schitterende tuin, in dat idyllisch Brabants dorpje. We hebben mooie mensen leren kennen, die ons altijd na aan het hart zullen blijven. Maar we moeten verder met ons leven. Hogerop en een stukje kleiner. Het was geen makkelijke beslissing, maar voor ons wel de juiste.

Ik draai de voordeur in het slot. Dag huis! Bedankt voor je veiligheid, je gezelligheid en al die mooie jaren die wij met je hebben gedeeld.

House for sale, You can read it on the sign
House for sale, it was yours and it was mine
And tomorrow some strangers, will be climbing up the stairs
To the bedroom filled with memories
The one, we used to share….

 

Genezen!

naamloos

‘Dag dokter, hoe gaat het met u?’ ik geef haar een hand. Ze kijkt me vrolijk aan en zegt dat ze komend weekend lekker op vakantie gaat. ‘Heerlijk drie weken weg.’ Een mooi vooruitzicht dokter. We gaan zitten.  ‘Ik zie dat het al weer een jaar geleden is dat u hier was.’ Ze kijkt me veelbetekenend aan, ‘het lijkt wel vorige week.’ Ik beantwoord haar met een glimlach en knik behoedzaam. De tijd gaat inderdaad snel. Vorig jaar zou mijn laatste controle zijn, maar door wat bestralingscomplicaties leek het ons verstandig om er toch nog een jaartje bij aan te plakken. Vorig jaar oktober was het de laatste controle bij mijn radiotherapeute. ‘Hoe gaat het nou?’ vraagt ze terwijl ze over haar bril naar me kijkt. Ze leunt achterover in haar stoel. Goed. Het gaat goed met me. Ik kan zelfs zeggen dat het prima met me gaat. 2018 was voor mij een goed jaar. Nieuwe  beslissingen. Nieuwe keuzes. In 2018 heb ik hard gewerkt aan mijn lichaam. Yoga, Fysiosport, transformatiemassages en heerlijke open gesprekken met mijn bedrijfsmaatschappelijk werker. Ik moest naar haar toe om een werk-opleidingsplan op te zetten, maar we raakten in gesprek en zij gaf er de voorkeur aan om eerst mijn persoontje op de rails te krijgen. En dat, terwijl ik dacht dat ik het al behoorlijk goed op weg was. Hoe ze het deed weet ik niet maar op één of andere manier haalde zij al mijn weggestopte emoties naar boven. Hoe kwam het nou dat zij mij aan het huilen kreeg, terwijl tijdens mijn ziekte nooit iemand een traan over mijn wangen heeft zien rollen? Zij hielp mij om het roer om te gooien. ‘We gaan je eerst lichamelijk aansterken en dan zul je zien dat je er emotioneel ook beter van wordt.’ Drie jaar na mijn genezing kwam ik er dus achter dat ik emotioneel een wrak was. Want dat doet kanker met je. Het verteert niet alleen je lichaam, maar ook je geest.

Toch was ik altijd positief tijdens de behandelingen. Ik heb nooit gedacht dat ik het niet zou overleven, hoewel mijn tumor al in een vergevorderd stadium was. Het was te groot om operatief weg te halen en er waren uitzaaiingen gevonden richting mijn liezen. Ik hoor nog steeds mevrouw de gynaecoloog, die na de operatie bij me kwam en me dit nieuws vertelde. Ze keek er heel bezorgd bij en vroeg me of ik het goed kon verwerken, en of ik nog vragen had. ‘Heeft u wel mijn spiraaltje er uit kunnen krijgen?’ vroeg ik haar. Dat was gelukt. ‘Gelukkig’ zuchtte ik nog. ‘Mevrouw Vigelius, u beseft toch wel dat u een moeilijke tijd tegemoet gaat. We zullen een zware behandeling moeten toepassen om deze tumor te laten verdwijnen.’ Ja, prima hoor. Dat komt vast goed. Ik heb er alle vertrouwen in. Gedurende de acht weken van behandelingen bleef ik positief. Het was de periode daarna, de periode van ‘beter worden’ die mij in een neerwaartse spiraal trok. Toen ik eind december 2015 het bericht kreeg dat ik genezen was, dat de tumor én de uitzaaiingen waren verdwenen dacht ik dat ik gelijk beter was. Twee weken later ging ik dan ook weer vrolijk aan het werk. Maar wat viel dat tegen. Er was zoveel dat ik niet meer kon. Ik had constant pijn in mijn blaas, in mijn darmen en in mijn rug. Eén doffe ellende. Ik had pijn bij het lopen, maar ook bij het zitten. Ik had geen conditie meer en was altijd moe. Er gingen twee jaren voorbij en toch bleef ik terugslagen krijgen. Ik werd er bijna depressief van.

En dan waren er ook nog mensen om me heen die me steeds een soort van schuldgevoel gaven dat ik de kanker had overleefd. Dat deden ze niet expres hoor, maar toch. Waarom ik wel en waarom een ander niet? Ik hoor nog iemand zeggen ‘Oh, baarmoederhalskanker, dat is toch wel wat anders dan longkanker of darmkanker. Dat is veel erger.’ Waarom is dat erger? Aan baarmoederhalskanker ga je toch zeker ook dood als er niets aan gedaan wordt? En ik heb toch zeker ook alle ellende van bestralingen, chemo, operaties en inwendige bestralingen achter de rug? Ik heb toch ook diezelfde pijn gevoeld als die ander? Waarom was ‘mijn’ kanker dan minder erg?  Iemand anders zei eens  tegen mij dat ik geluk had gehad, maar dat het voor iemand van 35 veel erger is. Vooral als er nog kleine kinderen zijn. Was het voor mij niet erg dan? Oké, ik was 53, en mijn kinderen waren, toen nog, tieners, maar die hadden het ook moeilijk! En ik wilde net zo goed verder leven om ze te zien afstuderen, trouwen, een gezin zien krijgen. Begrijp me niet verkeerd hoor, maar ik vind het raar dat mensen zulke uitspraken doen. Het is toch altijd erg als er iets aan je gezondheid mankeert. Voor iedereen, jong en oud! Iedereen beleeft zijn en haar pijn op een eigen, bijzondere manier. Daar kan en mag een ander niet over oordelen. En waarom vergelijken??  Ook ik ben geliefde mensen aan kanker kwijtgeraakt. En aan een hartstilstand.  En zelfs door een ongeluk. Toen ik in het ziekenhuis lag, heb ik een halve nacht bij een mevrouw van 72 gezeten die al opgegeven was. Zij had eierstokkanker en was uitbehandeld. Ze had zoveel pijn. Zij had ook kinderen en kleinkinderen. Zij was er ook nog niet klaar voor. Ik kon moeilijk met dit soort opmerkingen omgaan. Het maakte me boos, verdrietig en verloren. Nu haal ik mijn schouders op en antwoord gewoon, dat kanker voor iedereen erg is. Zelfs voor de naasten die gezond zijn.

Iets wat mij tot nu toe nog steeds kracht geeft is het volgende. De laatste keer  dat ik in het ziekenhuis lag, deelde ik de kamer met een man van Marokkaanse of Tunesische afkomst. Ik had net mijn laatste inwendige bestraling achter de rug en was bezig met mijn laatste chemo. Ik was doodziek, kon nauwelijks opstaan en had overal pijn. Die man lag er volgens mij net zo beroerd bij als ik. De volgende dag kreeg hij bezoek van zijn vrouw en kinderen. Ze spraken in hun eigen taal vermengd met Frans. Dat verstond ik wel en toen ze mij vriendelijk groetten, groette ik terug in het Frans. ‘Bonjour’. Natuurlijk vonden ze dat leuk. Die dag mocht ik naar huis. De zuster kwam me helpen met aankleden, nadat ze eerst het gordijn had dicht gedaan. Toen we klaar waren mocht ik gelijk naar beneden, want de taxi stond klaar. Ik nam afscheid van het gezin. Eén van de jongens gaf me een hand en zei ‘au revoir madam, que Dieu vous protège.’ (tot ziens mevrouw, moge de Heer u beschermen). Hij raakte me diep. Het klonk zo lief en zo oprecht. Zo kan het ook! Ik denk nog altijd aan de woorden van die jongeman. ‘Merci beaucoup!’ Ik hoop dat zijn vader er ook bovenop is gekomen.

We zijn bijna vier jaar verder en natuurlijk zal ik die ziekteperiode nooit vergeten. Het heeft me gemaakt tot wie ik nu ben. Dankbaar, kostbaar en dierbaar. Dat zijn mijn drie mantras. Dankbaar, omdat ik de kanker heb overleefd. Omdat ik een tweede levenskans heb gekregen en omdat ik zoveel geleerd heb. Kostbaar, omdat ik nu besef dat het leven en de tijd die we hebben kostbaar is. Ik wil deze kostbare tijd delen met mijn dierbaren. Ik wil genieten van dit kostbare leven samen mijn dierbaren.

De dokter is tevreden met me. Ze staat op. ‘Zullen wij dan ook maar afscheid nemen?’ zegt ze. Ja dokter, het is goed zo. Mijn radiotherapeute en mijn gynaecoloog, twee topvrouwen die mij gedurende de zwaarste tijd van mijn leven hebben bijgestaan. Twee vrouwen die mij, samen met een heel team van dokters, specialisten en verplegers, hebben genezen. Mensen die dag en nacht voor me klaarstonden. Ik geef haar een hand. Bedankt voor alles mevrouw Kok! Enne… prettige vakantie volgende week.

Ons maatje

i-love-my-dog-quotes-sayings

Zij kwam zoma350ar ons leven binnengesprongen en nam gelijk het mooiste plekje van onze harten in beslag. Terwijl de andere hondjes lui bij moeders bleven liggen toen wij de puppenkamer binnenkwamen, rende zij naar ons toe en begon te springen. Dat springen heeft  ze trouwens nooit afgeleerd.  ‘Ach kijk nou toch, wat een schatje, maar die anderen zijn wel veel mooier,’ zei ik, kijkend naar de spierwitte en bruin/wit gekleurde pups. Echte bullies. Maar die anderen waren al verkocht. Deze  zwarte, met dat rare staartje, vreemde oren en een veel te veel naar voor uitstekende onderkaak wilde niemand hebben. ‘Sorry, het is de enige die over is, ’t is niet moeders mooiste, maar wel heel aanhalig,’  zei de fokster. En terwijl dat zwarte minimonstertje nog steeds om aandacht kefte en op en neer sprong, had ik mijn hart aan haar verloren bij het horen van ‘niet moeders mooiste’. Het klonk me bekend in de oren. Ik pakte het hondje op. Wat was ze blij. Ze gaf me kopjes en probeerde me met dat kleine roze tongetje te likken. De kinderen stonden om me heen. ‘ Mag ik nu mam, we nemen deze toch wel? Kijk eens pap!’ Michel wilde eigenlijk geen hond, maar met 3 voors en 1 tegen was er geen houden aan. ‘Als jullie maar gaan wandelen,’ zei hij steeds. Jaja, natuurlijk zorgen wij wel voor het beestje. Volgens mij vond hij stiekem toch wel leuk.

De vader was een schitterende witte Amerikaanse Bulldog en de moeder een charmante Engelse lady Bull. We noemden onze pup Cezanne, naar de Franse schilder Paul Cézanne. Daar moest toch een mooi kunstwerk uit groeien. Maar hoe ze ook groeide, mooier werd ze beslist niet. Ze leek niet op een Amerikaanse bull maar ook niet op een Engelse. We wisten ook niet goed wat we moesten zeggen als mensen vroegen wat voor soort het was. Ja, een bulldog, of eigenlijk een ‘Old English Bull’ en dan zag je ze kijken, ‘oh, maar geen echt rasje zeker hè?’. Euhh nou ja, eigenlijk wel, alleen een beetje mislukt. Een vriendin van me zei eens ‘Cezanne, je zal de schoonheidsprijs nooit winnen, maar wat ben je lief.’ En dat was ook zo. De jongens konden alles met haar doen. Ze liep ons overal achterna en was altijd enthousiast als er bezoek kwam. Ze kreeg allerlei bijnamen zoals, Balletje, Speklap en Vlees.

Eens had ze bij mijn vriendin op kerstavond de hele kaasvoorraad opgesnoept. Zomaar van de salontafel af gepikt, terwijl wij aan het eten waren. Sindsdien werd ze ook nog Kaas genoemd. Een andere keer was ik mijn cake kwijt die ik zelf gebakken had en midden op de e1488823944321ettafel had gedaan, zodat zij er niet bij kon. Ik liep even de keuken uit, maar toen ik na 10 minuten terug kwam was de schaal leeg. Ik vroeg aan de jongens of zij de cake hadden opgegeten. Ze zweerden mij dat dit niet het geval was. Cezanne zat op een stoel aan tafel naar buiten te kijken. ‘Nee, het zal toch niet!’ riep ik. Wij hebben echter nooit kunnen bewijzen dat zij het was, maar ze zat wel aan tafel, de cake was weg en het bord was schoon. Geen kruimeltje lag er nog. Maar hoe kon zij met dat logge lijf op tafel klimmen?

Cezanne had  een hekel aan wandelen.  Elke hond wordt gek als ze uitgelaten worden, onze Vlees had er een bloedhekel aan. Als pup wilde ze al niet lopen en ging ze zitten. Dan pakte ik haar op en droeg haar mee naar huis. Ze was ook nog zo klein. Maar het werd alleen maar erger. Zodra het tijd was om naar buiten te gaan, verroerde ze geen haar en kneep ze haar ogen extra hard dicht, zo van ‘neehee ik slaap nog, laat me met rust’. We moesten haar halsband om doen terwijl mevrouw gewoon doorsliep en na een paar rukjes aan de riem sprong ze met een diepe zucht en een knor van de bank af. Het liefst deed ze haar behoefte net voor de deur om gelijk weer naar binnen te kunnen, maar dat mocht natuurlijk niet. Nee, we liepen altijd netjes tot buiten het dorp waar ze in het groen bij de sloot haar behoefte kon doen. Onderweg bleef ze wel tien keer stokstijf staan, waardoor er een tafereel ontstond van een chagrijnige stilstaande hond en een vrouwtje, die haar uit alle macht motiveerde om mee te lopen. Uiteindelijk sjokte ze dan wel weer mee, waarschijnlijk om mij een plezier te doen. Wie laat wie nu uit? Ik vond het heerlijk om langs de weilanden te lopen tot het weitje met de koeien en dan weer terug. Maar met een hond die tegen haar zin mee sjokte was het plezier in wandelen een stuk minder geworden. Als ze echter met de auto mee mocht veranderde ze in een ware tornado. Dat vond ze heerlijk, dus kreeg ik het lumineuze idee om op mijn vrije dagen de hond in de auto te zetten en naar een wandelplekje buiten het dorp te rijden. Daar sprong ze dan vrolijk uit de auto en mocht los rennen. Dat vond ze wel prettig, maar zodra ze al haar behoeften had gedaan rende ze weer terug naar de auto en bleef voor het portier wachten tot ze er weer in kon. Nee, lopen was beslis niet haar favoriete bezigheid.

We hebben Cezanne één keer in een hondenhotel gedaan toen we op vakantie gingen. Dat was voor haar én voor ons een nare ervaring. Ze was super chagrijnig toen we haar op kwamen halen. Het duurde twee dagen voordat ze weer normaal deed tegen ons. Toen had ze het ons ‘vergeven’, maar ze werd ook nog doodziek. Kennelhoest! Het arme beestje heeft het gelukkig gered met dank aan onze dierenarts, en we beloofden haar dat we haar nooit meer naar zo’n plek zouden brengen. Onze vakanties beperkten we dan ook tot Nederland in vakantiehuisjes waar zij mee mocht. Een keer gingen we een weekendje weg in een hotel. Wat moesten we nu met Cezanne? We besloten om haar thuis te laten. Dan kon ze lekker in haar eigen huis blijven. De buurvrouw zou haar eten geven en met haar wandelen. De lichten gingen met een timer aan en uit en we lieten de radio aan voor wat achtergrond geluid. Eén nachtje kon ze wel alleen blijven. Nadat we haar ’s morgens hadden uitgelaten, geknuffeld en afscheid genomen vertrokken we. Ik had op alle banken dekens gelegd, want ik wist dat ze niet op haar eigen stoel zou gaan liggen. Tegen de middag kwam de buurvrouw om haar uit te laten, ondanks dat we zeiden dat ze pas ’s avonds hoefde te komen. Ze vond het zo zielig. Ze heeft het uiteindelijk opgegeven. Er was geen beweging in te krijgen. Cezanne keek haar alleen maar aan met een blik ‘Ik ben al uit geweest. Laat me met rust.’ Die avond wilde ze wel even mee, maar liep na haar gedane zaken op de hoek van de straat gelijk terug naar huis. De buurvrouw mee trekkend.

Cezanne lag het liefst bij ons op de bank, maar daar was niet altijd plaats voor, en dan moest ze op haar eigen stoel, die overigens naast de bank stond. Ze mocht trouwens alleen op de bank als haar dekentje er lag. Dat wist ze, dus als dIMAG2818e jongens niet beneden waren legde ik het dekentje naast me op de bank en dan mocht ze daarop komen liggen. Dat deed ze dan ook dankbaar en als ze eenmaal in de goede houding lag, dan knorde ze van plezier en genot. Als we weggingen legde ik altijd dat dekentje op de bank. We kwamen er echter al gauw achter dat mevrouw lekker op de andere bank of op de kussens ging liggen. Ze wist dat het niet mocht, dus als ze de auto hoorde sprong ze van de bank zonder deken af en ging gauw op de andere liggen. Soms hoorde ze ons te laat en dan sprong ze snel van de bank af en deed of ze ons begroette. We zagen echter een afdruk en het leer voelde warm aan. Maar net als die cake, konden we het niet bewijzen. We hebben haar  nooit op heterdaad betrapt.

Luisteren deed ze wanneer het haar uitkwam. Alleen als ik mijn stem verhief dan luisterde ze wel, maar niet van harte. Michel en de jongens hadden weinig over haar te zeggen. Meestal negeerde ze hen als ze zeiden dat iets niet mocht. Ze keek dan stoïcijns voor zich uit of bleef gewoon doen waar ze mee bezig was. Soms draaide ze zich gewoon om en keek de andere kant op.

Omdat ze altijd bij ons in de buurt wilde zijn lag ze ook vaak in de weg. Ze wilde noIMAG0186_1 (1)oit op de grond liggen, behalve als we gingen stofzuigen. Dan lag ze precies daar waar wij bij moesten. Als we haar dan weg stuurden stond ze mopperend op om een meter verderop te gaan liggen. Als wij bij ons huisje in de tuin zaten of op de steiger dan lag zij breeduit op het bruggetje, waardoor we over haar heen moesten klimmen of om moesten lopen. Ondanks haar afkeer voor bewegen, sjokte ze in huis of in de tuin heel wat af. Alleen maar om bij ons in de buurt te zijn. Eens kreeg ik een opmerking van iemand dat Cezanne op al onze foto’s stond en inderdaad, op elke foto van de tuin, in huis, of foto’s van visite, ergens in een hoek zie je altijd een zwart lijf. Ze wist zich altijd zo te plaatsen dat ze binnen lensbereik lag of zat. Tijdens mijn ziekte hebben we maanden samen op de bank doorgebracht. Ze hield me warm en het was zo heerlijk om haar logge maar gespierde lijf te knuffelen. Ze was mijn maatje. Ons maatje. Ze snurkte als een bezetene, ze liet scheetjes, waarvoor we de kamer uit vluchtten, ze liep je altijd voor de voeten, we konden op haar mopperen, en zij op ons, maar wat hielden we van elkaar.

En toen werd zíj ziek. Ik merkte dat ze moe was. Het lopen ging steeds zwaarder. Hoewel Michel er een hekel aan had dat ze haar behoefte in de tuin deed, liet ik haar toch gewoon in de tuin als ze daarom vroeg. Haar drolletjes begroef ik gewoon en over haar plasjes gooide ik een emmer water. Verschillende kuren, pillen en prikjes, niets hielp. Die week ging ik op bedevaart naar Lourdes. Ik kreeg een berichtje van thuis dat het slecht ging met Cezanne. De zaterdag dat ik thuis kwam leefde ze echter weer wat op en at het eten dat ik haar voerde. Michel en de jongens zeiden dat ze al twee dagen niet meer had gegeten. Zondag lag ze met haar hoofd op mijn schoot en ergens wist ik dat het een aflopende zaak was, maar ik bleef hopen. Maandag liet ze voor het eerst een plasje lopen terwijl ze lag te slapen. Toen wist ik dat ze niet meer beter zou worden. Die avond gingen we met haar naar de dierenarts. Omdat ze niet meer kon lopen legden we haar in haar mand, waar ze tijdens haar leven amper in had gelegen. Bij de dierenarts zei de dokter dat ze een tumor had. Ze adviseerde ons om haar in te laten slapen. Ik belde de jongens en zei dat Cezanne niet meer beter kon worden. Ze moesten zich op het ergste voorbereiden. In het dierenhospitaal werden we naar een kamertje gebracht, gezellig ingericht met stoelen, matjes en kleedjes. We legden Cezanne op een kleedje en ik ging op de grond naast haar liggen. Ik aaide haar kop en fluisterde: ‘ga maar meisje en dank je voor al die mooie jaren dat je bij ons was.’ Ze keek me droevig aan en bewoog nog één keer haar kop tegen mijn hand. De dokter kwam met het prikje en binnen een minuut was het over. Ze was maar acht jaar geworden. We legden haar voorzichtig terug in haar mand en reden in stilte naar huis. Niets zeggend. Niets voelend. Thuis stonden de jongens te wachten. We huilden met ons allen. Voorzichtig wikkelden we ons hondje in haar lievelingsdekentje en begroeven haar die troosteloze donkere avond. Het was 5 december 2016. Het had een vrolijk Sinterklaas dineetje moeten worden.

1480860615900Ik heb maanden lang gehuild. De pijn, het verdriet, het gemis. Het was bijna ondraaglijk. Nu ik dit schrijf huil ik weer. Ik wil geen andere hond meer. Het is goed zo. De pijn van het verlies is gesleten en gelukkig lachen we samen nog vaak wanneer we herinneringen aan Cezanne ophalen. Toch zijn er nog steeds momenten dat ik om haar huil. Ik zie haar nog steeds door het huis sjokken of ergens liggen. Ze is nog steeds bij ons.

Writer’s block

writers-block

Schrijven is niet makkelijk en al helemaal niet vanzelfsprekend. Het is echt niet zo dat wanneer je iets meemaakt of een idee krijgt, je gelijk een super verhaal creëert. Op papier is zo’n verhaal soms helemaal niet leuk als je de juiste woorden niet vindt. Stop dan maar en delete je tekst want het wordt toch niets. In al mijn frustratie zou ik het vel papier zo uit de machine willen trekken, tot prop verwerken en richting prullenbak gooien om het zodanig te missen dat het er ver naast valt. Dat is mijn horror maar tevens romantische schrijversbeeld. Een lege prullenbak met allemaal proppen papier er omheen. Helaas, gaat dat niet meer met de huidige techniek. En ik ben gelukkig nog niet zover heen dat ik mijn laptop richting prullenbak smijt.

Een (goed) stuk schrijven is een momentopname. Je kan zomaar ineens een inspirerende ingeving krijgen en een mooi verhaal is het resultaat. Zo eentje waarvan de lezer in de lach schiet of in het ergste geval een traantje weg werkt. Ik kan soms tijdens het schrijven ingevingen krijgen en dan ben ik gewoon niet meer te stoppen. Soms heb ik weken achter elkaar van deze momentopnames. Andere keren ga ik met een goede moed achter mijn laptop zitten, stroop mijn mouwen op en….niets. Totale black out. Ships…een schrijversblok. Als die eerste zin niet goed geformuleerd raakt, kan ik wel inpakken. Mijn goede moed zakt tot punt nul en mijn plezier in schrijven eindigt als een dramatische cartoon. Je kent dat wel, Coyote die alle haren uit zijn hoofd rukt omdat Road Runner hem weer te slim af is geweest. ‘Beep Beep’ … De daarop volgende weken gebruik ik mijn laptop dan alleen nog maar om spelletjes te spelen of rekeningen te betalen, hoewel ik beide dingen ook al op mijn telefoon doe. (Waar heb ik die laptop nog voor nodig?!)

Inmiddels ben ik er achter gekomen dat ik niet de enige ben die met dit schrijversblok probleem worstel. Ik heb lotgenoten en die lopen er net zo tegenaan als ik. Maar de ‘hemel-zij-dank’ mag ík me gelukkig prijzen dat ik deel uitmaak van een bijzonder schrijfretraiteclubje. Dat is geen wekelijkse praatgroep voor schrijvers hoor, mochten jullie dit denken. Nee, het is een stel schrijvende topwijven. We komen twee keer per jaar samen om elkaar eens hevig te inspireren (ofwel die bekende schop onder je achterste te krijgen of geven). Deze keer zaten we met ons zessen in de Abdij van Tongerlo in België. Zeer de moeite waard trouwens om eens te bezichtigen of hier te logeren als je tot jezelf wilt komen. Let op, het is geen hotel! Je slaapt in een sobere maar nette, ruime kamer en geniet van drie simpele maaltijden per dag met een vier-uurtje. Dat is koffie/thee en wat lekkers erbij. Je wordt hartelijk ontvangen door gastzusters, die je vriendelijk verzoeken om minstens één keer tijdens je verblijf deel te nemen aan de kerkdienst die drie keer per dag wordt gehouden door de broeders. Je komt per slot van rekening voor bezinning… of in ons geval inspiratie.

En ja hoor, ook deze keer heeft de retraite weer gewerkt. Mijn dilemma’s zijn verdwenen door de wijze adviezen van mijn schrijfretraitezusters en de woorden schieten als bliksemstralen over de pagina heen. Twee, nee drie hoofstukken gewoon uit mijn mouw geschud. Inmiddels zit ik al over de 30.000 woorden en ben dus zo’n beetje op de helft van mijn boek. Daarnaast ook nog deze blog geschreven! En dat in drie dagen tijd. Voorlopig kan ik er weer tegenaan. Ik ga door met schrijven en hopelijk blijft die vreselijke writer’s block nu even weg, want niets is leuker om woorden samen te voegen tot een mooi verhaal. Een verhaal dat uit mijn hart komt, want schrijven doe ik uiteindelijk met mijn hart. En met m’n laptop, want daarvoor is het toch wel verdomd makkelijk.

 

 

Happy New Year!

HNY 2

1 januari 2019. De tijd tikt weer door en ik heb er helemaal niets van gemerkt het afgelopen jaar. Eén knipoog en het is echt weer voorbij. Dat vraagt natuurlijk om nieuwe inspiratie en onder het genot van de muziek en dans van het nieuwjaarsconcert, schrijf ik mijn nieuwjaarsblog.  Of het lukt weet ik niet, want gewoonlijk schrijf ik alleen als het stil is om me heen en als ik alleen ben, maar vandaag is het anders. Terwijl ik nutteloos op de bank zit te genieten van het moois op tv krijg ik ineens een inspiratiegolf. Als ik nu twee uur moet wachten tot het einde van het concert, riskeer ik dat mijn woorden weer uit mijn hoofd verdwijnen. Dus met manlief op de bank naast me en de tv op walzen, polka’s en ballet begin ik op mijn laptop te tikken. In het kader van betere timemanagement en multitasken is dit een prima oplossing natuurlijk. Eens kijken hoe ver ik kom. Af en toe moet ik wel even stoppen als ik weer zo’n schitterend bekend Straus muziekstuk hoor en die mooie balletdames en -heren zie. Dan droom ik heel even weg en zie mezelf in zo’n prachtige prinsessenjurk zoals ze die in de Straus tijd droegen en dan wals ik met een droomprins over de dansvloer. Geloof het of niet, maar ik ben van nature een vreselijke romanticus. Volgens mij heb ik in eerdere levens in die schitterende walzentijd geleefd. Ik hou er zo van. Afijn, in dit leven heb ik helaas maar weinig romantiek beleefd, maar ben uiteindelijk gelukkig goed terecht gekomen met een eigen gezinnetje. En onder het genot van de ouverture van de Zigeunerbaron schrijf ik in mijn romantische bui verder aan deze blog.

Een nieuw jaar met nieuwe kansen, nieuwe wensen en nieuwe (goede) voornemens. Nee, voor mij niets van dit alles. Mijn kansen zijn nog steeds dezelfde als van vorig jaar, ik heb geen nieuwe wensen, want mijn oude zijn nog niet allemaal uitgekomen en voornemens? daar doe ik niet meer aan. Die lukken toch niet. Vorig jaar ben ik voornemingsloos aan 2018 begonnen en ik had een topjaar. Heus wel met ups en downs, maar die horen er nu eenmaal bij. Dit jaar ga ik gewoon door met waar ik gebleven was. Ik heb één doel en dat is dat mijn boek eind 2019 klaar moet zijn. Dat ik daarvoor heel hard aan het werk moet weet ik als geen ander.  Het afgelopen jaar heb ik nogal zitten lummelen met mij schrijftijd, maar sinds afgelopen oktober heb ik mezelf een paar fikse schoppen onder mijn achterste gegeven en dat hielp wel. Dit jaar dus minder Netflix en meer laptopwerk. Oeps, toch nog een voornemen?…

Verder zou ik vorig jaar afvallen. Helaas, dat is niet gelukt. Ondanks dat ik ben gaan sporten en met yoga ben gestart. Maar ik heb zo hard gewerkt om mijn lichaam weer een acceptabele kracht te geven, rust en conditie, dat ik gewoon niet ben toegekomen aan afvallen. Daar had ik gewoon geen puf meer voor, maar volgens mijn jaarhoroscoop val ik dit jaar dus wél af. Ze zeiden er helaas niet bij of het vanzelf gaat, of dat ik er superhard aan moet werken… En terwijl ik dit schrijf komen er ineens wel allemaal voornemens in mijn gedachten. Xenia ga lopen, koop een fiets of ga op dansen – ik zie momenteel die schitterende ballerina’s zweven – ja en dan begint het weer te kriebelen. Ik wil wel, maar ga ik het ook doen? Nee Xenia, niet voornemen!..

Ach lieve mensen, wat maakt het eigenlijk allemaal uit. Het belangrijkste is dat ik mijn leven nog heb, dat ik nog kan werken aan mijn gezondheid en dat ik nog kan genieten van alle kleine dingen die iedere dag weer op mijn pad komen. Ik geniet van de mensen om me heen die me lief zijn en dat zijn er heel veel. Ik ben dankbaar dat ik nog kan zingen en muziek kan maken en ik ben blij als ik andere mensen blij kan maken. Ik weet dat  ik niet iedereen kan pliezen, maar heb me er al lang bij neergelegd dat dát ook niet hoeft.

Dus ga ik gewoon door met waar ik gebleven was. Doorgaan met werken, muziek maken, schrijven, plezier hebben en van iedereen houden. Doorgaan met leven, met alle ups en downs, met alle tranen en lachbuien én met alle tegenslag om er steeds weer sterker uit te komen. En dat wens ik jullie ook allemaal toe! Kracht om iets moois van je leven te maken.

En terwijl de klanken van die Schöne Blaue Donau op de tv klinken sluit ik af met nog steeds dat romantische gevoel. Ik ga nu lekker achterover op de bank genieten van dit prachtige stuk en van mijn eerste dag in het nieuwe jaar.

Succes met alle voornemens, succes met alle mooie wensen en als een voornemen niet lukt… who cares!  Happy New  2019!

Zoekt en gij zult vinden

kwijt

Ik sta voor de spiegel en zie een paar kritische ogen die me aanstaren. Mmm, beter wordt het toch niet, maar voor nu is het goed genoeg. Met een zucht en een ‘gelukkig bestaat er make-up en zijn er krullers’ in gedachten leg ik de laatste hand aan mijn haar. Waar is mijn bloem? Die crèmekleurige met glinsterend roze in het midden? Met mijn rechterhand nog steeds in mijn haar doe ik een stap naar mijn opbergbakje, die ik met mijn linker hand open. Daar ligt alleen een zwarte bloem en verder alleen haarspelden en andere frutsels. Dan loop ik naar de badkamer, maar daar liggen alleen twee kleine rode bloemen. Nee, die passen niet bij mijn outfit. Hoe kan dat nou? Waar is nou mijn mooie crèmekleurige bloem? Ik had toch alles bij elkaar opgeruimd om ze weer makkelijk te vinden? ‘Mich, heb jij m’n bloem gezien?’ Een beteuterd en geschrokken gezicht van een man, bijna in paniek en die bang is dat hij de schuld krijgt als zijn vrouw iets kwijt is. ‘Nee niet gezien, maarre, je ziet er zonder bloem ook prachtig uit hoor.’ Zucht. Sommige mannen zijn zo goed om de juiste dingen op het verkeerde moment te zeggen. Dus ik draai me zonder wat te zeggen om. Geërgerd, pissed-off en totaal uit m’n hum. Terug voor de spiegel frutsel ik nog maar wat met m’n haar.  ‘Mich, hoe zit het?! Kan het zo, zonder bloem?’ Ik krijg de eeuwig geduldige reactie van manlief. ‘Het zit perfect. Je hebt echt geen bloem nodig,’ terwijl hij in gedachten luid ‘DAT ZEI IK TOCH!’ roept, maar wijs genoeg is om het niet hardop te zeggen. Goed, dan maar zonder.

Diezelfde avond sta ik voor de spiegel mijn haren weer uit te borstelen en wat zie ik aan diezelfde spiegel vast geklipt…!  Om gek van te worden…! De gezochte bloem. Moet ik me nou zorgen maken over mijn aflatende breinreflexen? Echt hoor. Ik probeer uit alle macht mijn hersens optimaal te laten werken. Door te lezen, door dingen te herhalen, zoals ’s avonds de dag weer in gedachten door te nemen en door dingen die ik niet mag en wil vergeten op te schrijven. Ik ben ook reuze blij dat ik nog kan werken, want ook dát helpt om breintechnisch scherp te blijven.

Toch vind ik het af en toe wel zorgwekkend. Vergeetachtigheid is niet zomaar iets. Het kan onschuldig zijn, een ouderdomskwaaltje waar, jaja, ook ik aan moet toegeven. Maar het kan ook een begin zijn van iets veel ergers. Mijn eigen moeder begon vergeetachtig te worden toen ze nog vrij jong was. Net na haar pensioen begon ze symptomen te krijgen, waar wij nooit iets achter zochten. Dementie is namelijk al in een heel vroeg stadium te herkennen, maar daar wil je gewoon niet aan. En eerlijk is eerlijk, wij wisten het toen ook niet eens. Ze werd vergeetachtiger, maar werd boos als je haar er op wees. Die boosheid is eigenlijk gewoon angst. Angst omdat je het echt niet meer weet. Je raakt geïrriteerd omdat je niet op een woord kan komen. Of wat was ook weer die melodie van dat lied? Allemaal van die kleine vergeet-dingetjes. Vet irritant, maar onlosmakelijk verbonden met de aflatende werking van het brein. En dan ineens vergeet je periodes uit je leven. De mensen om je heen. En nog veel erger. Je vergeet je herinneringen. Oh, wat zou ik het erg vinden om mijn herinneringen kwijt te raken. Het maakt me dan ook droevig om mijn moeder nu zo te zien. Ze heeft zoveel herinneringen en ik zou ze zo graag willen weten, maar ze kan me niets meer vertellen. Ze vergeet wat je haar net hebt verteld. Ze vergeet zelfs dat ik net bij haar ben geweest. Ze is altijd zo blij om me te zien, alsof het weken geleden is. Dat is toch triest. En ze vraagt in vijf minuten tijd tien keer dezelfde dingen. En ja, ik geef gewoon tien keer hetzelfde antwoord. Nee, zo wil ik niet worden. Niemand wil zo worden, maar wat doe je eraan?

Ik troost mezelf met de gedachten dat iedereen last heeft van vergeetachtigheid. We moeten ook zoveel onthouden. Namen, gezichten, teksten, telefoonnummers, lees- en film materiaal. Steeds weer nieuwe dingen die we moeten leren voor een studie of voor werk en we slaan alles toch maar weer op in die grijze massa. Volgens mij is ons brein uitgebreider dan wikipedia, en dan kan er wel eens een black-out uit voorkomen. Maar hoe makkelijk hebben wij het tegenwoordig, juist met wikipedia of google en al die andere zoekmachines. Kunnen we ergens niet opkomen of willen we gewoon iets weten dan googlen we toch even snel en hup… Jaa, dát was het. Soms vraag ik me af of we onze hersens minder gebruiken met al die zoekmachines of juist meer omdat we hierdoor altijd aan nog meer informatie komen en dat dan óók weer moeten opslaan.

Inmiddels heb ik al mijn bloemen bij elkaar gezocht en bewaar ze nu veilig op één plek. Het zal me niet nog een keer gebeuren dat ik juist die éne niet kan vinden. Kon ik al mijn spullen maar netjes in mapjes stoppen zoals op een computer. Dan kon ik met één druk op de knop alles terugvinden. Of…misschien moet ik gewoon een heleboel dingen wegdoen. Minder spullen, minder troep, minder zoekwerk. Maar aan de  andere kant. Met zoveel spulletjes blijf ik wel mijn hersens trainen, want ze moeten allemaal een plekje hebben, en ik moet ze toch steeds weer terug zien te vinden, en voorlopig slaag ik daar gelukkig nog steeds in.

Een stapje terug

stapterug2

Begin 2018 heb ik behoorlijk het roer omgegooid. Ik besloot dat het maar eens afgelopen moest zijn met mijn ‘zielige’ o-ik-ben-zo-ziek-geweest gevoel, en in plaats daarvan besloot ik er echt iets aan te doen. Natuurlijk deed ik al wel mijn best, maar het leven na kanker is toch ingewikkelder dan het lijkt. Het werd tijd dat ik eens ‘echt’ aan mezelf ging werken, en dus ga ik sinds begin van dit jaar iedere maandag trouw naar yoga, milde yoga welteverstaan. Dan iedere woensdag naar fysiosport om weer spierkracht op te bouwen en één keer in de drie weken op woensdag onderga ik een metamorfosemasssage. Heerlijk ontspannen. Voeg daar nog een zeswekelijkse pedicure- en kappersbezoek aan toe en mijn verwenmomenten zijn zo’n beetje compleet. Daarbij gun ik me een paar keer per jaar nog wat schrijfretraites, gezins-Q-time, wat muzikale huisconcerten en wat weekendjes-weg met vriendin of zelfs helemaal alleen. Thuis heb ik mijn zenkamer, waar ik kan mediteren, lezen en schrijven. En ik heb een heerlijke zentuin compleet met zentuinhuisje waarin ik me ook nog kan terugtrekken. Hoe goed kun je het hebben? Nu moet ik toch stressvrij door het leven kunnen. Biiieeeppp (zo’n buzzer geluidje als je een verkeerd antwoord geeft bij een quiz)… fout!

Blijkbaar moet ik ook nog afkicken van verschillende verslavingen. Mijn werkverslaving bijvoorbeeld en mijn bezigheidsverslaving (teveel willen in te weinig tijd). En, oja, bestaat dat ook? Perfectieverslaving? Nou als dat al bestaat dan heb ik daar de afgelopen paar jaar een behoorlijke stress mee opgebouwd, want als ik een fout maak op mijn werk, dan kan ik daar nachten van wakker liggen. Had ik daar vroeger dan geen last van? Ja, natuurlijk, maar toen kon ik het nog handelen. Nu heb ik er de grootste moeite mee en raak te snel in paniek. Maar hoe kick je hiervan af met zo’n drukke baan, waar fouten maken eigenlijk helemaal niet kan. Jaja, ik weet het, fouten maken mag, dat is menselijk, blabla.., maar in de harde werkwereld gaat dat toch wel even anders. En natuurlijk komt uiteindelijk alles wel goed, maar toch! Die stress giert dan al weer door mijn hoofd en lichaam, met alle gevolgen van dien.

Na de afgelopen twee jaar dus een flinke dosis werkstress te hebben opgebouwd, wordt het tijd om ook daar iets aan te doen. Enige toelichting wil ik echter nog wel geven, want normaliter krijg ik geen stress van werk hoor. Ook niet van veel werk en al helemaal niet van heel veel werk. Nee, werk is mijn lust en mijn leven. Mijn houvast, mijn reddingsboei om het maar eens dramatisch te zeggen. Ik hou van mijn functie als projectondersteuner. De druk, de onmogelijke deadlines en het oplossen van problemen waar anderen niet meer uitkomen. Het adviseren en het helpen nadenken over praktische en soms ook inhoudelijke zaken. En als een project met goed resultaat wordt afgesloten en wij als team aan een heerlijk glas wijn zitten ben ik alleen maar trots op ons en de geklaarde klus. Waarom dan toch werkstress?

Binnen elke organisatie is er wel iets en gebeuren dingen waar je als medewerker niet blij van wordt. Zo ook bij ons. Een fikse reorganisatie, een uitstroom van zoveel collega’s, werkmaatjes zelfs. Verandering op verandering. Een oude managementlaag verdwijnt en een nieuwe managementlaag ontstaat. Nieuwe directeuren, nieuwe bestuurders en nieuwe visies. De organisatie moet zakelijker, wendbaarder en kwalitatief nóg beter worden dan het al was (hoe goed kun je eigenlijk zijn?). Afijn, iedereen weet wat een reorganisatie met mens en werk doet. De druk neemt toe, de waardering neemt af. Werkstress ontstaat. En omdat die bekende druppel dreigt te vallen, besloot ik vorige week om ook in mijn werk een stapje terug te doen. Er werden dingen van mij verwacht die ik niet meer kon, maar ook niet wilde waarmaken.

Na een goed en vooral open gesprek met mijn leidinggevende, waar ik tussen haakjes vreselijk tegenop zag, werd er ineens onverwacht een nieuwe deur geopend. Ik kon er zomaar doorheen lopen. Ik hoefde alleen maar ja te zeggen. ‘Xenia, je hebt twee dagen de tijd om er over na te denken’. En dat deed ik. Het was niet makkelijk, want zeven jaar werken met een geweldig team en geweldige collega’s leg je niet zomaar naast je neer. Maar ik kreeg hun zegen. ‘Denk aan jezelf, het is goed voor je om even wat anders te doen.’ Topmeiden zijn het!  Met gemengde gevoelens zei ik dus ja. Mede omdat het (maar) om een detachering van zes maanden gaat. Daarna mag ik beslissen of ik wil blijven of terug wil naar mijn oude functie. Per 1 november stap ik dus die deur door van Centrale Ondersteuning naar Facilitaire Zaken. Een nieuw team, een andere leidinggevende en andere werkzaamheden. Nog steeds servicegericht dus ik blijf close bij al mijn collega’s, maar vanaf een andere werkplek en in een andere functie. Een stapje achteruit misschien? Welnee, voor mij in ieder geval een flinke stap vooruit! Want ik heb zomaar gedurfd om mijn prachtige functie, die ik samen met mijn collega zeven jaar geleden heb opgericht, vorm heb gegeven en heb uitgebreid tot wat het nu is, in te ruilen voor een plek achter de servicedesk. Ik weet niet wat deze werkplek me gaat brengen, maar ik ga er voor. Die gemengde gevoelens hebben inmiddels plaats gemaakt voor nieuw enthousiasme en frisse moed om er wat van te maken. Ik weet zeker dat ik ook op deze plek mijn Xenia-draai kan toepassen en samen met mijn nieuwe collega’s er voor te gaan. Deze nine(lees eight)-to-five-job, moet voor wat stabiliteit in mijn werkleven zorgen. Nu kan ik, wanneer ik naar huis ga, het werk in Den Haag achter laten en genieten van mijn vrije avond. Mijn vrije weekend en mijn vrije tijd. Computer uit. Telefoon op stil. Morgen is er weer een nieuwe dag.

Schrijfretraite enzo

eat-write

Bloggen is een dagtaak. Natuurlijk overdrijf ik stierlijk, maar dat er veel tijd in gaat zitten is wel duidelijk. Voor mij in ieder geval. Ik lees regelmatig de blogs van mede bloggers, die wekelijks wat publiceren en dan denk ik ‘hoe doen ze dat?’ Het zijn allemaal drukke werkende vrouwen, net al ik, vaak ook met een gezin. Nee, ik moet dan eerlijk toegeven dat ik iets verkeerd doe. En zoals altijd komt die ene boosdoener dan weer tevoorschijn. Timemanagement! Mijn drang om meer te ‘xennen’ slaat ook weer door naar de ‘teveel-in-de-xenn-stand-vertoeven’. En dan kom ik weer bij die vervelende balans.

Hoe dan ook, op dit moment zit ik in mijn tweede schrijfretraite. Mijn eerste schrijfretraite was in mei. Vier dagen lang schrijven, leren, luisteren, vertellen en samenwerken. Een medeschrijfster noemde het een schrijfbootcamp en dat was eigenlijk de enige juiste omschrijving. Tijd om te doen wat ik het liefste doe. Vier dagen gewoon mezelf zijn. Alleen zijn met mijn eigen ik. Samen met een groep van acht andere studenten en een docent. We zate midden in de bossen van Helvoirt in een aardig hotel met een gevarieerde groep mensen. Acht dames en twee heren in de leeftijd van 19 tot gepensioneerd. Het schrijfniveau was hoog en ik luisterde met bewondering naar alle verhalen en de verschillende schrijfstijlen. Soms voelde ik me een beetje onzeker, en dan is het fijn om te horen dat iedereen dit wel eens heeft. Die gedachte van ‘doe ik het wel goed? Is mijn verhaal niet te zoetsappig? Moet ik het niet sterker, harder of spannender maken?’ passeren dan de revue, maar ach, wanneer ben je nou eigenlijk tevreden met jezelf of over je eigen werk? Ik ben uitermate streng voor mezelf en ben zelden tevreden met wat ik aflever. Het kan toch zeker altijd beter! Net als met zingen. Er zijn genoeg mensen die tegen me zeggen me dat ik een mooie stem heb. Ze komen zelfs veelvuldig naar onze huisconcerten, maar als ik mezelf terug hoor denk ik, ‘mens hou je mond!’  En dat is echt geen gespeelde bescheidenheid. Serieus waar, ik hoef echt geen cd van me zelf te horen. Daarom liggen er nog steeds een paar op de plank. Opgenomen, gemasterd en wel. Lekker laten liggen! Trouwens, cd’s zijn zo passé!

Nu zit ik in een hotel in Ede en zijn we met vier dames van de eerste schrijfretraite bijeen gekomen. Het is oktober, maar het lijkt wel mei. Qua temperatuur dan, want ja echt waar, we zitten dus gewoon heerlijk buiten te schrijven onder de bomen. Heerlijk in de zon, die vrolijk tussen het gebladerte door schijnt. Lekker uit de wind, die er echter wel is en er voor zorgt dat we af en toe bekogeld worden door eikels en beukennootjes. Dan worden we even opgeschrikt met een ‘zo, die was bijna raak!’ Samen schrijven in de natuur of op een andere inspirerende plek bevordert de animo. Het is rustgevend, en daarbij ook nog eens gezellig. We vragen elkaar om hulpen elkaars mening en we delen onze ideeën, ervaringen en zelfs gevoelens. Nog twee dagen te gaan. Veel te kort natuurlijk, maar ja, vader Tijd blijft om de hoek kijken.

Schrijven is echter niet het enige wat ik doe of heb gedaan de afgelopen tijd. Het voornemen in januari om iedere twee weken een nieuwe blog te plaatsen zijn inmiddels alweer zeven maanden geworden. Bijna een voldragen zwangerschap met als resultaat de geboorte van een nieuw verhaaltje! Zo wordt mijn blog natuurlijk nooit een hit! Gelukkig doe ik het daar ook niet voor. Ik heb de afgelopen tijd veel gedaan en dan moet ik ook nog met rode wangen bekennen dat ik bepaalde dingen alweer vergeten ben. Met altijd een schrijfboek en pennen bij de hand én een schrijvers mind is dit niet heel slim. Maar ja, slim zijn is niet één van mijn sterkste eigenschappen, anders had ik nu een heel ander leven gehad. Een leven in de zon, op een strand, met een boot, een huis in Zuid Frankrijk en George Clooney naast me. Maar nee, ik moest zo nodig uit liefde trouwen, kinderen krijgen en zelfstandig zijn. Dat is hard werken. Maar lieve mensen, op dit moment ben ik super gelukkig. En gelukkig hoef ik dat niet op te schrijven om te onthouden. Ik hoef het alleen maar op te schrijven om het met jullie te delen.

Scroll To Top