Genezen!

naamloos

‘Dag dokter, hoe gaat het met u?’ ik geef haar een hand. Ze kijkt me vrolijk aan en zegt dat ze komend weekend lekker op vakantie gaat. ‘Heerlijk drie weken weg.’ Een mooi vooruitzicht dokter. We gaan zitten.  ‘Ik zie dat het al weer een jaar geleden is dat u hier was.’ Ze kijkt me veelbetekenend aan, ‘het lijkt wel vorige week.’ Ik beantwoord haar met een glimlach en knik behoedzaam. De tijd gaat inderdaad snel. Vorig jaar zou mijn laatste controle zijn, maar door wat bestralingscomplicaties leek het ons verstandig om er toch nog een jaartje bij aan te plakken. Vorig jaar oktober was het de laatste controle bij mijn radiotherapeute. ‘Hoe gaat het nou?’ vraagt ze terwijl ze over haar bril naar me kijkt. Ze leunt achterover in haar stoel. Goed. Het gaat goed met me. Ik kan zelfs zeggen dat het prima met me gaat. 2018 was voor mij een goed jaar. Nieuwe  beslissingen. Nieuwe keuzes. In 2018 heb ik hard gewerkt aan mijn lichaam. Yoga, Fysiosport, transformatiemassages en heerlijke open gesprekken met mijn bedrijfsmaatschappelijk werker. Ik moest naar haar toe om een werk-opleidingsplan op te zetten, maar we raakten in gesprek en zij gaf er de voorkeur aan om eerst mijn persoontje op de rails te krijgen. En dat, terwijl ik dacht dat ik het al behoorlijk goed op weg was. Hoe ze het deed weet ik niet maar op één of andere manier haalde zij al mijn weggestopte emoties naar boven. Hoe kwam het nou dat zij mij aan het huilen kreeg, terwijl tijdens mijn ziekte nooit iemand een traan over mijn wangen heeft zien rollen? Zij hielp mij om het roer om te gooien. ‘We gaan je eerst lichamelijk aansterken en dan zul je zien dat je er emotioneel ook beter van wordt.’ Drie jaar na mijn genezing kwam ik er dus achter dat ik emotioneel een wrak was. Want dat doet kanker met je. Het verteert niet alleen je lichaam, maar ook je geest.

Toch was ik altijd positief tijdens de behandelingen. Ik heb nooit gedacht dat ik het niet zou overleven, hoewel mijn tumor al in een vergevorderd stadium was. Het was te groot om operatief weg te halen en er waren uitzaaiingen gevonden richting mijn liezen. Ik hoor nog steeds mevrouw de gynaecoloog, die na de operatie bij me kwam en me dit nieuws vertelde. Ze keek er heel bezorgd bij en vroeg me of ik het goed kon verwerken, en of ik nog vragen had. ‘Heeft u wel mijn spiraaltje er uit kunnen krijgen?’ vroeg ik haar. Dat was gelukt. ‘Gelukkig’ zuchtte ik nog. ‘Mevrouw Vigelius, u beseft toch wel dat u een moeilijke tijd tegemoet gaat. We zullen een zware behandeling moeten toepassen om deze tumor te laten verdwijnen.’ Ja, prima hoor. Dat komt vast goed. Ik heb er alle vertrouwen in. Gedurende de acht weken van behandelingen bleef ik positief. Het was de periode daarna, de periode van ‘beter worden’ die mij in een neerwaartse spiraal trok. Toen ik eind december 2015 het bericht kreeg dat ik genezen was, dat de tumor én de uitzaaiingen waren verdwenen dacht ik dat ik gelijk beter was. Twee weken later ging ik dan ook weer vrolijk aan het werk. Maar wat viel dat tegen. Er was zoveel dat ik niet meer kon. Ik had constant pijn in mijn blaas, in mijn darmen en in mijn rug. Eén doffe ellende. Ik had pijn bij het lopen, maar ook bij het zitten. Ik had geen conditie meer en was altijd moe. Er gingen twee jaren voorbij en toch bleef ik terugslagen krijgen. Ik werd er bijna depressief van.

En dan waren er ook nog mensen om me heen die me steeds een soort van schuldgevoel gaven dat ik de kanker had overleefd. Dat deden ze niet expres hoor, maar toch. Waarom ik wel en waarom een ander niet? Ik hoor nog iemand zeggen ‘Oh, baarmoederhalskanker, dat is toch wel wat anders dan longkanker of darmkanker. Dat is veel erger.’ Waarom is dat erger? Aan baarmoederhalskanker ga je toch zeker ook dood als er niets aan gedaan wordt? En ik heb toch zeker ook alle ellende van bestralingen, chemo, operaties en inwendige bestralingen achter de rug? Ik heb toch ook diezelfde pijn gevoeld als die ander? Waarom was ‘mijn’ kanker dan minder erg?  Iemand anders zei eens  tegen mij dat ik geluk had gehad, maar dat het voor iemand van 35 veel erger is. Vooral als er nog kleine kinderen zijn. Was het voor mij niet erg dan? Oké, ik was 53, en mijn kinderen waren, toen nog, tieners, maar die hadden het ook moeilijk! En ik wilde net zo goed verder leven om ze te zien afstuderen, trouwen, een gezin zien krijgen. Begrijp me niet verkeerd hoor, maar ik vind het raar dat mensen zulke uitspraken doen. Het is toch altijd erg als er iets aan je gezondheid mankeert. Voor iedereen, jong en oud! Iedereen beleeft zijn en haar pijn op een eigen, bijzondere manier. Daar kan en mag een ander niet over oordelen. En waarom vergelijken??  Ook ik ben geliefde mensen aan kanker kwijtgeraakt. En aan een hartstilstand.  En zelfs door een ongeluk. Toen ik in het ziekenhuis lag, heb ik een halve nacht bij een mevrouw van 72 gezeten die al opgegeven was. Zij had eierstokkanker en was uitbehandeld. Ze had zoveel pijn. Zij had ook kinderen en kleinkinderen. Zij was er ook nog niet klaar voor. Ik kon moeilijk met dit soort opmerkingen omgaan. Het maakte me boos, verdrietig en verloren. Nu haal ik mijn schouders op en antwoord gewoon, dat kanker voor iedereen erg is. Zelfs voor de naasten die gezond zijn.

Iets wat mij tot nu toe nog steeds kracht geeft is het volgende. De laatste keer  dat ik in het ziekenhuis lag, deelde ik de kamer met een man van Marokkaanse of Tunesische afkomst. Ik had net mijn laatste inwendige bestraling achter de rug en was bezig met mijn laatste chemo. Ik was doodziek, kon nauwelijks opstaan en had overal pijn. Die man lag er volgens mij net zo beroerd bij als ik. De volgende dag kreeg hij bezoek van zijn vrouw en kinderen. Ze spraken in hun eigen taal vermengd met Frans. Dat verstond ik wel en toen ze mij vriendelijk groetten, groette ik terug in het Frans. ‘Bonjour’. Natuurlijk vonden ze dat leuk. Die dag mocht ik naar huis. De zuster kwam me helpen met aankleden, nadat ze eerst het gordijn had dicht gedaan. Toen we klaar waren mocht ik gelijk naar beneden, want de taxi stond klaar. Ik nam afscheid van het gezin. Eén van de jongens gaf me een hand en zei ‘au revoir madam, que Dieu vous protège.’ (tot ziens mevrouw, moge de Heer u beschermen). Hij raakte me diep. Het klonk zo lief en zo oprecht. Zo kan het ook! Ik denk nog altijd aan de woorden van die jongeman. ‘Merci beaucoup!’ Ik hoop dat zijn vader er ook bovenop is gekomen.

We zijn bijna vier jaar verder en natuurlijk zal ik die ziekteperiode nooit vergeten. Het heeft me gemaakt tot wie ik nu ben. Dankbaar, kostbaar en dierbaar. Dat zijn mijn drie mantras. Dankbaar, omdat ik de kanker heb overleefd. Omdat ik een tweede levenskans heb gekregen en omdat ik zoveel geleerd heb. Kostbaar, omdat ik nu besef dat het leven en de tijd die we hebben kostbaar is. Ik wil deze kostbare tijd delen met mijn dierbaren. Ik wil genieten van dit kostbare leven samen mijn dierbaren.

De dokter is tevreden met me. Ze staat op. ‘Zullen wij dan ook maar afscheid nemen?’ zegt ze. Ja dokter, het is goed zo. Mijn radiotherapeute en mijn gynaecoloog, twee topvrouwen die mij gedurende de zwaarste tijd van mijn leven hebben bijgestaan. Twee vrouwen die mij, samen met een heel team van dokters, specialisten en verplegers, hebben genezen. Mensen die dag en nacht voor me klaarstonden. Ik geef haar een hand. Bedankt voor alles mevrouw Kok! Enne… prettige vakantie volgende week.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Scroll To Top