Zoekt en gij zult vinden

kwijt

Ik sta voor de spiegel en zie een paar kritische ogen die me aanstaren. Mmm, beter wordt het toch niet, maar voor nu is het goed genoeg. Met een zucht en een ‘gelukkig bestaat er make-up en zijn er krullers’ in gedachten leg ik de laatste hand aan mijn haar. Waar is mijn bloem? Die crèmekleurige met glinsterend roze in het midden? Met mijn rechterhand nog steeds in mijn haar doe ik een stap naar mijn opbergbakje, die ik met mijn linker hand open. Daar ligt alleen een zwarte bloem en verder alleen haarspelden en andere frutsels. Dan loop ik naar de badkamer, maar daar liggen alleen twee kleine rode bloemen. Nee, die passen niet bij mijn outfit. Hoe kan dat nou? Waar is nou mijn mooie crèmekleurige bloem? Ik had toch alles bij elkaar opgeruimd om ze weer makkelijk te vinden? ‘Mich, heb jij m’n bloem gezien?’ Een beteuterd en geschrokken gezicht van een man, bijna in paniek en die bang is dat hij de schuld krijgt als zijn vrouw iets kwijt is. ‘Nee niet gezien, maarre, je ziet er zonder bloem ook prachtig uit hoor.’ Zucht. Sommige mannen zijn zo goed om de juiste dingen op het verkeerde moment te zeggen. Dus ik draai me zonder wat te zeggen om. Geërgerd, pissed-off en totaal uit m’n hum. Terug voor de spiegel frutsel ik nog maar wat met m’n haar.  ‘Mich, hoe zit het?! Kan het zo, zonder bloem?’ Ik krijg de eeuwig geduldige reactie van manlief. ‘Het zit perfect. Je hebt echt geen bloem nodig,’ terwijl hij in gedachten luid ‘DAT ZEI IK TOCH!’ roept, maar wijs genoeg is om het niet hardop te zeggen. Goed, dan maar zonder.

Diezelfde avond sta ik voor de spiegel mijn haren weer uit te borstelen en wat zie ik aan diezelfde spiegel vast geklipt…!  Om gek van te worden…! De gezochte bloem. Moet ik me nou zorgen maken over mijn aflatende breinreflexen? Echt hoor. Ik probeer uit alle macht mijn hersens optimaal te laten werken. Door te lezen, door dingen te herhalen, zoals ’s avonds de dag weer in gedachten door te nemen en door dingen die ik niet mag en wil vergeten op te schrijven. Ik ben ook reuze blij dat ik nog kan werken, want ook dát helpt om breintechnisch scherp te blijven.

Toch vind ik het af en toe wel zorgwekkend. Vergeetachtigheid is niet zomaar iets. Het kan onschuldig zijn, een ouderdomskwaaltje waar, jaja, ook ik aan moet toegeven. Maar het kan ook een begin zijn van iets veel ergers. Mijn eigen moeder begon vergeetachtig te worden toen ze nog vrij jong was. Net na haar pensioen begon ze symptomen te krijgen, waar wij nooit iets achter zochten. Dementie is namelijk al in een heel vroeg stadium te herkennen, maar daar wil je gewoon niet aan. En eerlijk is eerlijk, wij wisten het toen ook niet eens. Ze werd vergeetachtiger, maar werd boos als je haar er op wees. Die boosheid is eigenlijk gewoon angst. Angst omdat je het echt niet meer weet. Je raakt geïrriteerd omdat je niet op een woord kan komen. Of wat was ook weer die melodie van dat lied? Allemaal van die kleine vergeet-dingetjes. Vet irritant, maar onlosmakelijk verbonden met de aflatende werking van het brein. En dan ineens vergeet je periodes uit je leven. De mensen om je heen. En nog veel erger. Je vergeet je herinneringen. Oh, wat zou ik het erg vinden om mijn herinneringen kwijt te raken. Het maakt me dan ook droevig om mijn moeder nu zo te zien. Ze heeft zoveel herinneringen en ik zou ze zo graag willen weten, maar ze kan me niets meer vertellen. Ze vergeet wat je haar net hebt verteld. Ze vergeet zelfs dat ik net bij haar ben geweest. Ze is altijd zo blij om me te zien, alsof het weken geleden is. Dat is toch triest. En ze vraagt in vijf minuten tijd tien keer dezelfde dingen. En ja, ik geef gewoon tien keer hetzelfde antwoord. Nee, zo wil ik niet worden. Niemand wil zo worden, maar wat doe je eraan?

Ik troost mezelf met de gedachten dat iedereen last heeft van vergeetachtigheid. We moeten ook zoveel onthouden. Namen, gezichten, teksten, telefoonnummers, lees- en film materiaal. Steeds weer nieuwe dingen die we moeten leren voor een studie of voor werk en we slaan alles toch maar weer op in die grijze massa. Volgens mij is ons brein uitgebreider dan wikipedia, en dan kan er wel eens een black-out uit voorkomen. Maar hoe makkelijk hebben wij het tegenwoordig, juist met wikipedia of google en al die andere zoekmachines. Kunnen we ergens niet opkomen of willen we gewoon iets weten dan googlen we toch even snel en hup… Jaa, dát was het. Soms vraag ik me af of we onze hersens minder gebruiken met al die zoekmachines of juist meer omdat we hierdoor altijd aan nog meer informatie komen en dat dan óók weer moeten opslaan.

Inmiddels heb ik al mijn bloemen bij elkaar gezocht en bewaar ze nu veilig op één plek. Het zal me niet nog een keer gebeuren dat ik juist die éne niet kan vinden. Kon ik al mijn spullen maar netjes in mapjes stoppen zoals op een computer. Dan kon ik met één druk op de knop alles terugvinden. Of…misschien moet ik gewoon een heleboel dingen wegdoen. Minder spullen, minder troep, minder zoekwerk. Maar aan de  andere kant. Met zoveel spulletjes blijf ik wel mijn hersens trainen, want ze moeten allemaal een plekje hebben, en ik moet ze toch steeds weer terug zien te vinden, en voorlopig slaag ik daar gelukkig nog steeds in.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Scroll To Top